Maandelijks archief: augustus 2013

Dag Madeira, hallo thuis

Weer heel vroeg wakker gemaakt vanmorgen, zowel door de wake up service als de wekker van de telefoon. Om 6 uur al! We zouden pas vliegen om 10:10, maar we moesten 2 uur van te voren aanwezig zijn. Het was maar goed dat wij zo braaf waren om dit advies op te volgen.  Het ritje naar het vliegveld ging volgens plan. Daar aangekomen reden we in eerste instantie bijna de verkeerde parkeerplaats op. Direct nadat we achteruit hadden gerommeld zagen we een levensgroot bord met “car rental”. Natuurlijk hadden we weer niet goed gekeken. Vervolgens stonden we bij de goed slagboom, achter een auto waarbij het pasje niet werkte. Nadat deze na enige tijd achteruit was gerommeld ging de boom gelukkig bij ons wel open. Uiteraard stond hetzelfde rijtje passagiers van vorige week hier ook weer. We hadden geen schade gereden en de tank was vol, we mochten dus snel door.

Volgende stappen waren de lange rijen voor de incheck balie, de toegang tot de gates en de douane. Het was dus echt spitsuur hier op dit redelijk grote vliegveld. Waarschijnlijk omdat er maar 1 toegang was tot de 16 gates, en maar 2 detectiepoortjes bij de douane. Uiteindelijk hadden we nog 15minuten over om op het terras te kijken naar de bedrijvigheid op het platform. Het was werkelijk een komen en gaan van vliegtuigen. Ons Transavia vliegtuig zagen we nog niet staan, dat kon ook niet want het moest nog landen. Pas 5 minuten voor wij ons officieel bij de gate moesten melden kwamen de eerste passagiers naar buiten. We vertrokken dan ook bijna 20 minuten te laat.

De vlucht was perfect, we haalden alle tijd in. Sterker nog, we kwamen een kwartier te vroeg op schiphol aan. Het eerste wat ons daar opviel was dat het asfalt waar we over taxieden nat was.  Van de regen uierraard. Het is duidelijk dat webweer terug zijn in Nederland. De traditie van rijtjes en wachten werd ook hier gewoon voortgezet: landen op de polderbaan, ruim een kwartier lopen naar de bagagehal en daar dan weer een half uur wachten op de bagage. Dat schijnt er allemaal bij te horen, en omdat we heerlijk relaxt terug kwamen van een fijne vakantie was het voor ons totaal geen probleem. Het was weer even wennen in de Volvo na een week in een overigens prima Renault Clio. Alleen die achteruit zit precies aan de andere kant. Dat leverde de eerste dag bij de Clio wat gekraak op, die heeft geen 6e versnelling, en vandaag problemen bij achteruitrijden. De Volvo heeft er dus wel één.

Melissa was nog niet thuis, maar ze heeft wel een heerlijke verrassing in de koelkast gezet in de vorm van een zelfgemaakte MonChou taart. Jammie! Dat maakt dat, hoewel het jammer is dat de trip naar Madeira is afgelopen, het goed is om weer thuis te komen.

Volendam op Madeira

De laatste dag vandaag op Madeira. We bladerden vanmorgen door de boekjes op zoek naar leuke dorpjes hier niet zo ver vandaan. Geen van tweeën had zin om heel ver te rijden, dus dat “hier niet zo ver vandaan” was wel een voorwaarde. We kwamen tot de slotsom dat Ribeira Brava het dan maar moest worden. Daar zijn we al honderd keer langs gereden van en naar Funchal of een andere grotere plaats op Madeira. Zo gezegd, zo gedaan.

Tot onze stomme verbazing reden we het dorpje in, langs een stoet van touringcars. at belooft natuurlijk niet veel goeds, qua toerisme. En inderdaad, het was of je Volendam binnen kwam. Het enige verschil is dat ze hier onverstaanbaar Portugees spreken in plaats van onverstaanbaar Nederlands. Nou ja, bij wijze van spreken dan want hier schijnt ook nog eens altijd de zon. De parkeergarage was zo krap als enigszins mogelijk. Zelfs om een hoek om te gaan moest je 2 keer steken. En nee, dat ligt dan niet aan de chauffeur.

Natuurlijk zagen we het ene souvenirwInkeltje na het andere, en langs de boulevard zagen we alleen maar eet- en drinkgelegenheden. Omdat het al laat was gingen we eerste het historische kerkje in voor een bezichtiging. Waarschijnlijk zou dat kerkje wel sluiten om 12 uur. De toren was prachtig versierd met tegels in schaakbord vorm. Buiten stonden een paar Inca Indianen verveeld te rommelen met hun muziek. Ze speelden niet eens zelf, er draaide een cd.  Binnenin zat een nonnetje devoot te bidden. Ook hier weer de azulejos (tegeltjes) tegen de wanden. De doopvont stamt al uit het begin van de 15e eeuw. We moesten er nog naar zoeken, want hij stond verstopt in een kapelletje.

Op zich is dit Dorpje heel pitoresk, maar overal zo toeristisch. Het schijnt overigens dat Columbus hier wel eens een vriend heeft bezocht, en dat hier de opa van een belangrijke Amerikaanse schrijver is geboren. Na een korte wandeling liepen we de boulevard op en werden al meteen aangevallen door een dame die ons overhaalde om koffie te drinken. Uiteraard bij haar op het terras. Ze had geluk, want wij wilden wel iets drinken en eten. Natuurlijk zaten we op het terras, met een breedbeeld tv recht in het zicht waar een voetbal wedstrijd uit de Argentijnse competitie was te zien. Zoals al eerder vermeld, we zaten in het Volendam van Madeira. Dat zagen we dan ook aan de prijzen.

Na de versnapering liepen we langs de vele souvenirwinkeltjes en door de prachtige tuin van het gemeentehuis, waar we als heel bijzondere kunst enkele oude gereedschappen zagen staan. Zelfs een oud motorblok. Zoals vrijwel ieder dorpje is ook in Ribeira Brava een museum gevestigd. In dit geval een soort streekmuseum. De collectie omvatte natuurlijk gereedschappen voor het verbouwen van koren, voor het maken van wijn en zelfs kleurige vissersboten. Op een videoscherm hebben we gezien hoe de Espada werd gevangen met lijnen en de tonijn met gewonen bamboe hengels. Achter dat vissen zit dan wel een hele wetenschap, want de scholen werden opgezocht, de vissen werden gelokt met aasvisjes en er werd met waterstralen zuurstof aan de oppervlakte gebracht. Vervolgens was het een kwestie van hengel uitgooien en met en tonijn daaraan weer ophalen. In een mum van tijd hing er zo’n vis aan de haak. Het ophalen ging dus aan de lopende band. Het museum was nog behoorlijk groot. Er werden zelfs complete slaapkamers vertoond, en winkeltjes. Het was heel leuk dat er oude foto’s hingen bij alle gereedschappen, zodat je ook een beeld kreeg van hoe en waarvoor een en ander werd gebruikt.

We wandelden weer door het dorpje terug en zagen dat de kerk inderdaad dicht was. Ook de Inca’s waren verdwenen. Het was überhaupt uitgestorven ineens. Waarschijnlijk komt om een uur of drie alles weer tot leven, met nieuwe busladingen toeristen.
Na een middagje relaxen hebben we vanavond weer in “ons” restaurantje in Calheta gegeten. Ik heb weer eens een gok gewaagd door de rijst met zeevruchten te bestellen. Was wel heel lekker, maar ook heel veel. En de rivierkreeftjes lieten zich niet zo goed pellen. Of ik kan het gewoon niet natuurlijk. Ymkje had prego, wat volgens mij een soort biefstukje was. Helaas is een biefstukje bakken niet iets wat ze overal kunnen. De ober brak zijn tong over het woord “toetje”, hij vond Portugees toch veel gemakkelijker. De sobremesas (toetjes) lieten nogal op zich wachten. De chocolade fondant is waarschijnlijk vers gemaakt, en dat duurt 20 minuten. Wij wisten dat natuurlijk niet en het was ook niet verteld. Maar het schijnt heel lekker te zijn geweest.

Gelukkig konden we nog op de valreep via de supermarkt de lift in naar de parkeergarage. Vervolgens was alles appeltje eitje, ook weer het ritje naar huis. Nu nog één nachtje slapen, en dan gaan we weer naar huis.

We kunnen geen genoeg krijgen van Funchal

Eventjes terug naar gisteravond. We hebben gegeten in Jardim do Mar, in het restaurant van het plaatselijke hotel. Dit hotel is een vreselijk koud en modern gebouw, wat detoneert met het pitoreske dorpspleintje. Het terras gaf een prachtig uitzicht over de oceaan wat voor ons al een soort van gewoon is omdat onze kamer op de 6e verdieping ligt met een balkon aan de zeezijde. We hebben allebei vis gekozen. Ik zit al de hele week in de vismodus, dus ik nam ook nog lapas als voorgerecht. Dit gerecht werd vertaald als mosselen in zowel duits als engels, wat voor risico kon ik lopen? Nou, om te beginnen zitten we op een eiland in de Atlantische Oceaan en niet in Yerseke in Zeeland. Dus de mosselen leken voor geen millimeter op de Hollandse soort. In het begin moest ik even wennen, maar gaandeweg begon ik het ook nog lekker te vinden. Ik heb ze niet uit de schelp geslobberd, zoals de Portugezen dat doen. Misschien een volgende keer, als dat er van komt. Het visje, dorade voor mij en zalm voor Ymkje was heerlijk. Heel eenvoudig maar wel heel lekker. Ik had natuurlijk de jackpot omdat de vis nog niet was gefileerd.

Voor vandaag hadden we weer Funchal gepland, en wel de Botanische tuin en het Clarissen klooster. Die botanische tuin bestaat uit een groot park wat is aangelegd rond het land huis van de familie Reid. We hebben er werkelijk een paar uur rondgezworven en we vielen van de ene verbazing in de andere. Allerlei bomen, vetplanten, cactussen die je bij ons of helemaal niet ziet of alleen in een pot in de huiskamer staan hier gewoon buiten. En ze zien er nog prachtig uit ook. Naast de flora was er ook een grote hoeveelheid exotische vogels te zien. We hebben hier heel wat foto’s gemaakt. Ook van de uitzichten over de stad. We hadden ook gebruik kunnen maken van de kabelbaan, maar helaas……. Ymkje durfde niet. Ze zat al te shaken toen we op een heel steile helling stil stonden met de auto, dus dan begrijp ik wel dat een kabelbaan geen optie is. En ik ben dan natuurlijk  solidair. We zijn wel helemaal bovenin geweest. De tuinen liggen namelijk tegen een helling aan, waarbij het hoogteverschil ongeveer 150 meter bedraagt. Je kunt je dus voorstellen hoeveel we hebben getranspireerd.

Na een paar uur zijn we met de auto weer naar beneden gereden, naar het centrum van Funchal, voor een bezoek aan het Clarissen klooster. Na wat tevergeefs door de toch heel smalle straatjes van Funchal te hebben getoerd, parkeerden we uiteindelijk  in de eerste de beste parkeergarage. Eentje waarvan we vermoedden dat hij in de buurt van het klooster lag. Het vervelende van Funchal is dat je denkt de goed kant op te rijden, dan ineens een tunnel inrijdt die uitmondt op een plek waar je helemaal niet wil zijn. En je raakt gedesoriënteerd. In dit geval stonden we inderdaad redelijk dichtbij. Natuurlijk moesten we weer een hele klim maken om bij het klooster te komen. Wéér transpireren.

Precies om drie uur kwamen we bij de poort. We hadden daar geluk mee, want die poort ging ook pas om drie uur open. We kregen een rondleiding van een dame die redelijk onverstaanbaar engels en frans sprak, en die er een sport van maakte om zo snel mogelijk het gehele klooster inclusief alle kapellen te laten zien. Soms hadden we niet eens tijd om een fatsoenlijke foto te maken. Het klooster stamt al uit de 15e eeuw, maar de meeste decoraties stammen uit de 17e eeuw. De alomtegenwoordige blauwe tegeltjes (azulejos) waren ook hier weer te vinden. De kerk, waar de nonnen overigens niet mochten komen, was van onder tot boven met deze azulejos versierd. Sommige schilderijen, en zelfs een enkele fresco, waar vervaardigd door de nonnen. Het was dan ook geen hoogstaande kunst. Tegenwoordige zijn er geen Clarissen meer te vinden. Een deel van het klooster is ingericht als kleuterschool.

Na al dit geloop hadden we honger gekregen. Op het terras van één van de oudste restaurants van Madeira, Golden Globe hebben we een lekker tagliatelle carbonare gegeten. Het restaurant is niet lang geleden helemaal in oude glorie gerestaureerd. De prijzen zij er dan ook naar. Tijdens het eten hebben we een unicum meegemaakt, want ik voelde 3 druppels regen, en na enige minuten nog 1. Waarschijnlijk te weinig om te kunnen meten, in juli en augustus regent het hier 0 millimeter. Hoe meet je 4 druppels? Een andere, prettige bijkomstigheid is dat het restaurant op een heel druk punt ligt in het centrum van de stad. Leuk om mensen te kijken, en ze te becommentariëren. Ook leuk dat in dit soort klimaten het iedere dag rokjesdag is. Sorry, ik ben ook maar een gewone vent.

Vanavond hebben we weer in het hotel gegeten, alleen maar omdat we geen zin hadden om er weer op uit te gaan. Laten we het over het eten dus maar niet meer hebben, volgende keer beter.

Ups en downs…..

Het leven kent ups en downs. Ik mag wel zeggen dan dat absoluut op vandaag van toepassing was. Je komt er wel achter wat ik bedoel als je mijn verhaaltje leest.

Ondanks de verbrande plekken hebben we allebei goed geslapen. Ymkje heeft wel heel vreemd gedroomd, maar toch. Zoals inmiddels gebruikelijk hebben we weer niet in het hotel ontbeten. Natuurlijk waren we veel te laat, maar het ontbijt hoort behoort ook niet tot de ups in het leven. Net zomin als de diners overigens. Daarom hebben we in Calheta eerst weer boodschappen gedaan (water en broodjes) en aan het koffiebarretje een lekkere espresso gekocht met een broodje wat er uitzag als een soort croissant, maar dan met kaas en ham erin. Het chagrijnige meisje van de vorige keer was ingeruild door de vrolijke ober van het restaurant. Hij herkende ons nog, want hij zij “dank je wel” toe we afrekenden. Dat maakte het begin van de dag dan weer goed.

Vervolgens kwamen de echte ups en downs in de bergen die we moesten oversteken om naar de noordkant van het eiland te rijden. Het eerste doel van Sao Vicente, een badplaats in het noorden. De min of meer enige weg die daar naar toe leid is nogal kronkelig en vol hellingen naar boven en naar beneden. Via een prachtige kustweg reden we naar Ponta Delgada. Die kustweg was op sommige plekken zo smal dat geen 2 auto’s elkaar daar kunnen passeren. En het wegdek was heel slecht, waarschijnlijk door het vele water wat er langs stroomt of via watervallen op terecht komt. In Ponta Delgada staat een leuk klein kerkje. Natuurlijk moesten we even kijken, tenslotte stond de deur niet voor niets open. Het altaar was prachtige kitsch, en het hele plafond was beschilderd met afbeeldingen van dieren, een schip dat waarschijnlijk van Zarco is geweest en nog allerlei religieuze figuren. Waarschijnlijk is ook dit kerkje al zo’n 500 jaar oud. Op een balustrade lag een man te slapen, met zijn zoontje boven op hem. Vanuit deze plek heb je een prachtig uitzicht op de ruige rotsen en de daarop kletterende branding. Definitief en up.

Even verderop zagen we het kerkje weer, maar nu nietig klein. Bij Arco de Sao Jorge keken we op een prachtig punt boven op de rotsen weer terug langs de kust. Een boertje stond daar zijn fruit te verkopen.

Weer verder langs alle ups en downs van de kustweg naar Santana. Op alle prentbriefkaarten zie je de typische huisjes waarvan de rieten daken tot op de grond toe gaan. Die moesten we ook zien uiteraard, als rechtgeaarde toerist. Het blijkt dat die huisjes er helemaal niet meer zijn, op een paar na die later zijn gebouwd als trekpleister. Er zijn nu souvenir winkeltjes in gevestigd. Niettemin komen letterlijk busladingen toeristen deze huisjes bekijken. In het enige “restaurant” van het dorp hebben we lekker geluncht. Overigens net als een heleboel anderen, want het was er behoorlijk druk. We moesten zelfs wachten op een tafeltje. In deze streek zouden kanaries in het wild moeten vliegen. Dat was ook één van de redenen om hier naartoe te rijden. Helaas hebben we er niet eentje gesignaleerd. Zelfs niet in de verte gehoord. Eigenlijk een beetje down.

Na een beetje zoeken kwamen we weer op de weg naar Funchal. Ook hier de ene helling op, en de andere weer af. Uiteraard geen 2 meter rechte weg. Ik denk dat de gemiddelde snelheid hier tussen de 20 en 30 km/u was. We hebben we genoten van de prachtige natuur. Op veel plaatsen langs de route zag het zwart van de geparkeerde auto’s van wandelaars. Naar het schijnt kun je het eiland op zijn mooist te kunnen zien op een wandeltocht langs de pieken. Nu zijn wij niet van die wandelaars. Vandaar dat wij kiezen voor de 2e optie: de auto. Ook op deze manier zie je veel van het mooie eiland. En dan, ga maar eens naar Santana wandelen. Veel te ver.

Het lijkt wel of Funchal in een ravijn ligt, zo stijl waren de hellingen. Bovendien is dit best een grote stad, dus het was nog druk ook. We hebben er één keer fout gereden (jawel, eerste berg op en vervolgens weer naar beneden, up en down) maar toch al vrij snel kwamen we bij de Via Rapida. Deze weg is een genot om te rijden omdat je daar eindelijk een beetje relaxt kan rijden. Geen heel stijle hellingen en heel korte bochten. Kortom een verademing.

Toch vond ik het sneu van die kanariepietjes. Zouden die echt hier in het wild vliegen, of zou het gewoon een fabeltje zijn?

Een dagje luieren

Het is zondag vandaag, een luierdag. En wat doe je op een luierdag? Luieren natuurlijk. Lekker lang uitslapen, genieten van elkaar en van de zon. Zo af en toe het zwembad in en dan weer opdrogen in de zon. Een hamburgertje eten als ontbijt, maar dan wel een hamburger op een bolo do caco. Eerlijk gezegd gaat dat luieren wel snel vervelen. Genieten van elkaar niet natuurlijk. Morgen toch maar weer een beetje actie.

We hadden bij de poolbar al eerder zien staan dat het reserveren van strandstoelen door middel van het achterlaten van een handdoek niet is toegestaan. Maar, we blijven natuurlijk allemaal mensen. Wij kwamen, uiteraard veel te laat, bij het zwembad en kwamen daar tot de ontdekking dat vrijwel alle schuduwplekjes en parasols waren geconfisqueerd door onzichtbare badgasten. Sommige van die stoelen waren al de tijd dat wij daar ook waren niet in gebruik. Beetje a-sociaal vind ik dat wel. Uiteindelijk hebben wij ook maar een parasol “gejat”. Het zal dan wel zo horen.

In afwachting van de barbeque van gisteren, zat ik op het balkon alvast mijn dagelijkse blog voor te bereiden. Ik rekte me uit toen ik het gereed had. Dat had ik beter niet kunnen doen want er klonk een luide knal waarna een stuk van de plastic rugleuning door de openstaande balkondeur naar de andere kant van de kamer schoot. De stoel was kapot. Ik kan er nog wel op zitten zonder problemen, maar dan net als 2 egeltjes het doen, heel voorzichtig. Vanmorgen is de kamer natuurlijk weer schoon gemaakt, maar het afgebroken stuk ligt nog steeds waar ik het had neergelegd. En de stoel is niet vervangen.

We hebben inmiddels een lekkere douche genomen en gaan straks weer naar Calheta voor een lekker maaltje. Zal ik weer Espada (degenvis) nemen, nu ik weet dat er ook een restaurant is met een echte kok?

Nagekomen bericht

Inderdaad was de Espada in Calheta aanzienlijk lekkerder. Vreemde combinatie: vis met banaan en een maracujasaus. Maar toch prima te verteren. Van Ymkje hoorde ik dat de tonijn ook prima was.

Eén klein voorvalletje nog. Een gezinnetje met een klein meisje stonden bij de ijsbar. Daar was echter niemand. De Pappa van het gezin besloot weer te gaan, maar het meisje zei dat ze het toch even konden vragen? Nee, zei Pappa. Waarop het meisje met het hoofd gebogen 3 treden de trap op sjokte, zich omdraaide en wederom met het hoofd gebogen, overduidelijk hevig teleurgesteld, ging zitten. Geweldig, wat een actrice en wat voor een gevoel voor drama. En dat met 3 jaar.

Bloemeneiland

We vroegen ons al af waar de bijnaam “bloemeneiland” vandaan kwam. We hebben nog niet extreem veel bloemen gezien. Niet in Funchal en al helemaal niet in Paul do Mar, waar wij verblijven. Tot vandaag, zaterdag. En dan nog bij toeval.

In Calheta hebben we wat kleine boodschappen gedaan in de supermarkt die we gisteren bij de uitgang van de parkeergarage ontdekten. Ook broodjes, bij gebrek aan ontbijt. Aan het koffiebarretje dronken we een espressootje, en aten daar toch maar een koffiebroodje bij. Ook bij wijze van ontbijt. Je kunt hier nog eens een deur intrappen, bij het barretje rekenden we € 2,60 af. We moesten even wachten op het wisselgeld, maar we vertikten om een fooi te geven aan iemand die zo chagrijnig haar koffie uitserveert.

Calheta was tevens de eerste stop op een toer over het westelijk deel van het eiland. We wilden in ieder geval het gebergte in naar de Bica da Cana op 1620 meter hoogte. Via een goed begaanbare Estrada Principaïs klommen we naar boven. Het is fantastisch om te zien hoe die natuur verandert naarmate je hoger en verder het binnenland in komt. De bebossing verandert naar loofbos en we zagen opeens overal bloemen staan, gewoon in het wild. Geen idee hoe ze allemaal heten, we zijn het floraboekje vergeten. Volgens mij heel veel Rododendrons in allerlei kleuren, maar ook allerlei andere bloemen die je bij ons  voor een klein vermogen alleen in de bloemenwinkel kunt kopen. Natuurlijk ook de nodige vlinders. Op de toppen was zelfs geen bos meer. Het zag er uit als een typische hoogvlakte, met alleen struikgewas. We zagen een waarschuwingsbord waarop een koe was afgebeeld. Die waarschuwing was niet overbodig, want overal liepen koeien gewoon in het wild rond. Gewone koeien dus. En ze zagen er prachtig doorvoed uit, glanzende vachten en bolrond. Het lijkt wel of ze verwilderd zijn, want we konden nergens boerderijen ontdekken. We moeten maar eens opzoeken wat die dieren hier doen.

De Bica de Cana lag vlak bij een enorm windmolenpark. We klommen naar boven maar zijn het laddertje naar de uitkijkpost niet op geklommen. We konden toch wel zien wat we wilden. Aan de noordzijde zagen we dat we ver boven de wolken stonden, aan de zuidzijde was een prachtige oceaan. We hadden daar ook lang kunnen wandelen. Helaas, we hadden onze wandelschoenen niet bij ons. Die lagen nog naast het Floraboekje.

Er loopt één weg over de hoogvlakte van oost naar west. Deze weg volgden we tot aan Porto Moniz. Onderweg kwamen we, naast nog meer koeien, ook allerlei Miradouros tegen ( vergezichten). Daar stond het over het algemeen bol van de toeristen, busladingen vol. Zeker in de buurt van Porto Moniz, de 2e grote badplaats. Dit dorpje ligt prachtig met een soort natuurlijk zwembad achter de rotsen in de oceaan. Wie zei er ook weer dat Madeira niet zo toeristisch is? Het was wel grappig om door de bewolking heen te rijden die we op grotere hoogte steeds onder ons hebben zien liggen.

De route terug naar Paul do Mar voerde langs de west- en zuidkust van het eiland, hoewel we van de zee niet zoveel zagen door het dichte bos. Ik had ook geen tijd om rond te kijken want we reden geen 10 meter rechtuit. En dan heb ik het nog niet over de vele hellingen. De beroerdste helling was niet eens zo ver van Paul do Mar. Waarschijnlijk namen we een verkeerde afslag, hoewel het de enige afslag van betekenis was die we tegen kwamen. Al snel versmalde de weg en voerder door een heel klein dorpje, waarschijnlijk Fajā de Ovelha. De weg liep daar bijna loodrecht naar beneden! Het goede nieuws was dat we toch de goede weg hadden gekozen, want we zagen op een driesprong een richtingbord voor Paul do Mar. Het laatste stuk was dan weer appeltje eitje, we zijn al bijna bekend hier.

Het grootste deel van de middag hebben we geluierd en de laatste croissants weggewerkt.  Vanavond zijn we deelgenoot van de Zaterdag BBQ in het hotel. Vanaf ons balkon zien we hoe het terras wordt voorbereid. De barbeque staat al gereed en de tafeltjes zijn gedekt. Laat maar komen straks.

Funchal

Na een nacht prima slapen hebben we in he hotel ontbeten. Het ontbijt was net zoals het diner gisteren middelmatig. Niettemin was onze maag goed gevuld. We kozen deze keer voor een route die vlak langs de kust zou gaan, en niet over de Via Rapida. Dat viel nog niet mee. Het bleek dat al bij de eerste dorpjes de boulevard was afgesloten voor verkeer.  Tot 2 keer toe reden we dus naar de kust en via dezelfde weg weer terug naar de snelweg. Eigenwijs als we zijn bleven we het proberen tot we uiteidenlijk door een klein toeristisch dorpje reden en de kust konden blijven volgen. Daartoe moesten we wel een heel “enge” tunnel door, over kinderkopjes. De wanden van de tunnel waren volgens mij nog van hout. We reden vlak onder de klippen door. Op een gegeven moment moesten we zelfs door een watervalletje heen rijden. Zo was de auto weer schoon.

Via allerlei kronkelige bergweggetjes kwamen we uiteindelijk bij het laatste stukje snelweg naar de hoofdstad van het eiland, Funchal. Ik heb begrepen dat dit zoiets betekent als venkelwortel. Het schijnt dat er velden vol venkel zijn aangetroffen bij de ontdekking door Zarco. Al heel snel platgebrand overigens on suikerriet te kunnen telen.
We zetten de auto in een parkeergarage vlak bij de jachthaven. Tot onze stomme verbazing kregen we een muntje in plaats van een kaartje. We hebben de hele dag in spanning gezeten hoe we moesten betalen. waarschijnlijk zit er een chip in, want in het winkeltje waar we konden betalen (geen automaat dus) werd direct vemeld hoeveel de schade was. En dat bedrag zou nog kunnen kloppen ook.
Met de gids in de hand wandelden we langs de oudste en bekendste bezienswaardigheden, zoals het standbeeld van de ontdekker Zarco,  en de Se. Het klinkt niet als zodanig maar de Se is de bisschoppelijke kerk van Funchal. Het was pas half 12, we konden nog een half uurtje bezichtigen. De kerk was eigenlijk best sober, op het koor na. Het was door de kleine ramen ook nog eens vrij donker, maar we zagen wel hoe enorm kunstig het dak was geconstrueerd en bewerkt.
Even verderop kwamen we bij het grote plein waar een prachtige Jezuietenkerk stond en ook het oude raadhuis, waar nu de regering van Madeira zetelt. Mooie gebouwen in de stijl van Manuel I, koning van Portugal. De kerk was aan de buitenzijde weer heel sober maar het interieur was prachtig, met veel baldgoud en zilver. En natuurlijk de tegeltjes die je hier overal tegenkomt, een soort adelfts blauw, maar dan anders.
Tussen de middag hebben in een piepklein straatje tussen de Madeirenzers een broodje gegeten en een fles water soldaat gemaakt. De grootse attractie daar was het locale publiek. Oude mannetjes van allerlei allooy die met elkaar discussieerden, personeel vanuit de naburige winkels, etc. Het was er ook een drukte van jewelste. Drie mensen liepen zich de benen uit de kont om alles te kunnen bijhouden. Wij zaten naast een tafeltje met wisselende bemanning. Er werd lekker gepimpeld en geknabbeld. Eén van de heren bestelde een schotel met vis, bonen en nog een andere groente. Natuurlijk ging daar een fikse scheut olijfolie overheen. Die olijfolie was het enige wat achterbleef op het bord, het klotste bijna over de rand.
Na de lunch liepen we naar de plaatselijke overdekte markt. Naar het schijnt wordt er gevochten om een standplaats, wat niet zo vreemd is omdat deze hal vrij klein is. Naast een keur aan de prachtigste groente, en ook fruit, hebben we “live” kunnen genieten van het fileren van de Espanada, de zwaardvis, in de visafslag. Op de verdieping hebben we genoten van een glaasje Madeira wijn, de eerste en zeker niet de laatste. Uiteraard waren er allerlei souvenir- en kledingstalletjes te zien. Het enige wat we niet tegenkwamen was datgene waar de hele dag al naar opzoek waren: een zwembroek voor Bas. Uiteindelijk hebben we een heel mooie bermudagevonden in een Bazar, tegen de investering van €4,99. We hebben ook inderdaad die ene cent terug gekregen.
Na al het geslenter waren we het toch wel een beetje zat, en reden we weer naar het hotel terug. Deze keer via weer een andere route. Deze keer kwamen we langs het toeristen kwartier, waar we het ene hotel na het andere zagen. Bijna hadden we daar nog een aanrijding met een lesauto, die met de linker richtingaanwijzer knipperend vlak voor ons van de linker rijstrook naar de rechter ging, en vervolgens rechtsaf. Hopelijk geen examenrit.

In het hotel terug hebben we een tukje gedaan (ik dan, oude man). Vanmorgen al zagen we dat in Calheta enkele restaurants gevestigd waren. Het leek dus een goed idee om vergelijkend warenonderzoek te gaan doen. Ook hier reden we weer een parkeergarage in. Vak boven de steile helling, in de bocht, stond de kaartjes automaat. Deze keer wel een kaartje, maar dan zodanig dat je niet bij het knopje kan. De motor sloeg vervolgens af op die helling. De scherpe draai direct na de boom was dermate kort dat ik hem met de Clio niet in 1 keer kon nemen. Kortom het was weer feest.

Bij het eerste het beste restaurantje stapten we het terras op. Helaas voor het hotel valt het vergelijkend warenonderzoek positief uit voor dit restaurantje. Hier kunnen ze vis klaarmaken. Geen idee welke vis het was, de naam was onuitsprekelijk en daardoor niet te onthouden, maar hij was heel lekker. Ik heb zelfs de gamba die erbij lag gepeld, wat een hele overwinning voor mij persoonlijk was. Ymkje had heerlijke kip, maar in een iets te overvloedige hoeveelheid. Ook de Tiramisu wad heerlijk.

In de parkeergarage konden we gewoon bij een automaat betalen, bijna net als thuis. De kronkelige weggetjes ussrn Calheta en Paul do Mar waren uitstekend verlicht, dus de enge tocht terug was eigenlijk een eitje. Nu zitten we bij opnieuw een glaasje Madeira in de bar van hotel te wachten tot we eruit worden gegooid.

Een heel lange dag, ofwel um dia muito longo

Gisteren hebben we met Melissa lekker gegeten bij Vapiano in LaPlaza Rotterdam. Als je het restaurant aan de Binnenrotte kent dan is het hier een verademing wat betreft de drukte. Heerlijk relaxt. Ik zag er ook een kreet aan de muur die me wel aanstaat: “Chi va piano, va sano e lontano”. Als je wilt weten wat het betekent moet je maar zoeken. Het is in ieder geval een motto wat bij mij zou kunnen passen. Of het altijd realiseerbaar is, is natuurlijk de vraag.

Vandaag was een wel een heel lange dag. Om half 3 kwamen we al uit bed, na een heel kort nachtje (geen) slaap. Snel een douche, om toch een beetje wakker te worden en een broodje. De allerlaatste dingetjes nog ingepakt en vlak voor half 4 op weg. Over verademing gesproken; het is ’s nachts zo heerlijk rustig op de weg. Pas op de A 13 kwamen we meerdere auto’s tegen. We waren dan ook heel vlot op de parking. Toevallig stond het pendelbusje al gereed. Kortom, we waren om 10 over half 5 al door de douane. De vlucht gaat pas om half 7, tijd dus voor een sterke koffie. Op Schiphol kost dat een absurd vermogen (€ 4,95) maar we kregen daarvoor wel een perfecte espresso vergezeld van een heerlijke bonbon. De dames naast ons zaten al aan de witte wijn en de Bacardi cola. Volgens mij moet je toch redelijk geoefend zijn om rond 5 uur ’s morgens al aan de alcohol te zitten. Op het gemak wandelden we naar de gate, die deze keer eens niet helemaal achteraan was. De Boeing 737-800, volgens Transavia één van de modernste typen, vertrok me een volle bak op tijd naar Funchal Madeira. We hadden vooraf het idee dat al die mensen misschien op doorreis waren, maar al snel bleek dat Madeira toch iets meer toeristisch is dan wij dachten. De illusie dat we op een klein vliegveldje zouden aankomen, zoals vorig jaar in Chios, vervloog helemaal toen we het grote aantal vliegtuigen zagen staan. 
We hebben een auto gehuurd, bij de enige verhuurder die een rijtje had staan voor de desk. Datzelfde rijtje kwamen we op de parking ook weer tegen, uiteraard. We werden uiterst vriendelijk te woord gestaan, en ook de Renault Clio die we toegewezen kregen zag er prima uit. Samen, Ymkje als navigator en ik als bestuurder, reden we binnen de geplande tijd helemaal naar het andere eind van het eiland, naar Paul do Mar.
Het Aparthotel ligt prachtig langs de kust. Vanuit onze kamer, voorzien van een voor ons overbodige kitchenette, ligt zodanig dat we een prachtig uitzicht over de oceaan hebben. Hoewel het af en toe flink bewolkt was hebben we op het balkonnetje van de kamer, en op het terras van de poolbar heerlijk van het mooie weer genoten. En ook van een lekker broodje natuurlijk, het eerste sinds de wat kleffe sandwich in het vliegtuig. Over het Portugees hoef je je hier niet druk te maken, tot nu toe spreekt iedereen hier perfect engels. Iedereen is ook heel vriendelijk. Dat hebben we wel eens anders meegemaakt.
Na een uitgebreide tuk hebben we in het hotel gegeten. Ik heb daar Espada genomen, een vis die hier voorkomt in de diepzee. Ik ben wel benieuwd hoe die zal smaken als hij door een echte kok wordt klaargemaakt.

Alwéér water…

Marco Polo

Na een relatief rustig weekeinde hadden we voor afgelopen maandag weer actie gepland, hoewel actie misschien niet het juiste woord is. Een activiteit, laten we het daar maar op houden. Die activiteit bestond in eerste instantie uit een  tochtje met de Spido. We hebben dat wel vaker gedaan, en nog niet eens zo lang geleden, maar het blijft leuk om de dynamiek van de haven en het water te zien. En er is ook altijd iets anders te bewonderen. Via de gids begrepen we dat er jaarlijks ca. 35.000 zeeschepen en 133.000 binnenvaartschepen in Rotterdam afmeren. Het totale tonnage aan containervracht weet ik niet meer, maar het is heel veel. Toch zie je doorgaans vrij weinig actie. Tot nu toe dan, want we zagen nu de containers gelost en geladen worden. Ik heb bewondering voor die kraanmachinisten. Deze mensen moeten met zulke grote zeecontainers toch bijna op de millimeter manoeuvreren om ze te kunnen stapelen. Wij hadden eersterangs plaatsen op de voorplecht van het schip de Marco Polo waardoor we alles goed konden bewonderen. Aan het einde van de tocht ging het bijna nog mis. De kapitein riep iets om over “vasthouden, we gaan en klein ongelukje maken”. Het bleek dat de hoofdmotor een storing had, waardoor manoeuvreren moeilijk was. Gelukkig viel het allemaal achteraf wel mee, we meerden netjes af. Hulde aan de Kapitein van de Marco Polo.

Jammer genoeg gaat deze rondvaart niet verder dan de Beneluxtunnel, dus van de “echte” haven zie je verder niets. We hebben wel begrepen dat er een dagtour is die tot aan de 2e maasvlakte gaat. Misschien is dat een idee voor als we terug zijn uit Madeira.

Na al deze vermoeiende bezigheden leek het en goed plan om bij Prachtig op het terras aan de maas te lounge en iets te eten. Tenslotte was het lunchtijd, eigenlijk zelfs al wat later, en ook nog prachtig weer. De fles bubbeltjeswater was in een mum van tijd op en de Ceasar Salade smaakte prima. Hulde aan de kok van Prachtig.

Omdat de middag nog maar net op streek was voerden we een spontaan plan uit. Met de waterbus richting Dordrecht, daar iets eten en weer terug. Wéér varen. Die waterbus vaar heel regelmatig tussen Rotterdam en Dordrecht, eigenlijk net als een “normale” bus. We kochten aan boord een kaartje, maar het bleek dat we ook met de OV Chipkaart mee konden. Niet op gerekend natuurlijk, maar het had gekund. De boot gaat met flinke vaart, dus die hele tocht duurt slechts ruim 50 minuten. Dat valt dus alles mee. Voor forensen lijkt me dit fantastisch, ook omdat de fiets gewoon mee kan. Het enige wat een beetje jammer was, was dat de laatste vaart terug al om 7 uur zou zijn. Het was dus niet mogelijk lekker rond te banjeren en op het gemak iets te eten. Voor ons was de keuze (banjeren of eten) natuurlijk een eenvoudige.

Restaurant Bellevue en de Groothoofdspoort

We meerden vlak bij het oude centrum van Dordrecht aan. Braaf volgden we de blauwe stippen naar het historische centrum, langs de Voorstraat waar allerlei leuke artistiek winkeltjes gevestigd zijn. Overigens vrijwel uitgestorven. Aan het water, vlak bij de Groothoofdspoort, streken we neer bij een restaurantje voor een wat vroeg diner. Heerlijk visje gegeten, kopje koffie gedronken (wel 2) en weer op het gemak terug naar de Merwekade, naar de boot. Intrigerend, dat oude poortgebouw met de afbeeldingen van de Maagd van Dordrecht en wapens van alle steden die “iets” met Dordrecht te maken hadden, ooit. Hulde aan de bouwmeesters van de Groothoofdspoort.

In no-time, en precies op tijd, voeren we met de waterbus weer terug naar Rotterdam. Het leek toen wel of we regen-spatjes voelden. De lucht begon inderdaad iets te betrekken. Uiteindelijk resulteerde dit veel later op de avond in een gigantische hoosbui. Bij ons was het alleen regen en een beetje onweer. In Friesland schijnt het noodweer te zijn geweest, waarbij hele campings zijn weggevaagd. Wij hebben dus weer geluk gehad dat we niet net vandaag op het water in Friesland zaten.

Fryslân

Het deed wel pijn vanmorgen. Je zult vakantie hebben, en dan toch om 6 uur je bed uit gaan. Wij zijn inderdaad zo gek. Niet voor niets, want we gaan de grens over, naar een ander taalgebied, naar Friesland. Vandaag hebben we daar gevaren, op de meren, met een mooie salonboot de Simmerwille. dat betekend zoiets als Zomerzin (denk ik).

We waren een half uurtje te vroeg. Op de weg was het natuurlijk stil, we zijn dan ook in krap 2 uur naar Joure gereden. Zonder te racen; we hebben gewoon in mijn huidige gebruikelijke tempo gereden met behulp van de snelheidsbegrenzer. Dus overal maar een paar kilometer te hard. We vonden een parkeerplekje onder een boom, vlak bij de aanlegplaats van de boot aan de Slachtedyk. Omdat het op het bovendek al behoorlijk druk was hebben we ons in eerste instantie geïnstalleerd op het achterdekje. We voelden ons daar een beetje het comité van ontvangst omdat alle passagiers hier via de loopplank de boot opkwamen. Helaas leverde het verder niets op, niemand gaf een fooi.

Vlak na het wegvaren zijn we toch weer naar boven gelopen omdat het uitzicht beneden vooral bestond uit de kajuit van de boot. Onderweg kwamen we klapstoeltjes tegen die we, met toestemming van de schipper, confiskeerden. We konden daarmee toch lekker boven zitten, aan een tafeltje en genieten van het prachtige uitzicht. En prachtig was het inderdaad. Friesland is een mooie provincie met heel veel ruimte en dito water. Gedurende de reis raakten we links en recht aan de klep met andere passagiers. Daar bleek dat wij zeker niet de enigen waren die het Algemeen Dagblad lezen. Vorige week heeft daar een item over vaartochten gestaan, met daarbij vermeld ook deze.

De tocht week af van de gebruikelijke, want vandaag zijn de finale wedstrijden van het Skûtsjesilen op het Sneekermeer. Ik heb begrepen dat de Sneeker pan de overwinning niet meer kon ontgaan, maar  er zou zeker nog worden geraced. We voeren dus vanuit Joure via de Kûfurd naar Sloten, en vandaar over het Slotermeer en het Prinses Margrietkanaal direct naar het Sneekermeer. In Sloten konden we passagieren. Voor de leken, we mochten aan wal. We hebben aan boord nog een heerlijk soepje gegeten, met een broodje om niet al te hongerig aan wal te gaan. Sloten bleek een heel pittoresk oud piepklein stadje te zijn. We hadden een klein uur om rond te wandelen, maar dat was ruim voldoende.   De Lindengracht, tevens enige gracht, schijnt altijd in de Elfstedentocht te worden opgenomen. Het zal dus echt zijn dat Sloten een stadje is. Inmiddels was het erg warm geworden, ook op de boot. Met de wind in de rug loopt de temperatuur aardig op, pas op het moment dat de boot draaide werd het door de bries echt aangenaam. Het personeel was heel vriendelijk, geen moeite was teveel. Er werden zelfs petje aangeboden, tegen de zon. Wij hebben daar vriendelijk voor gepast, vanwege de zichtbare zweetringen van eerdere gebruikers. En dan nog, wat kan ons die zon deren? Heerlijk!!!!

Eén van de medepassagiers was iemand uit de buurt. We hebben de boerderij waar zij boerden van alle kanten mogen bewonderen. Zelfs vanuit de verte. Het was wel handig dat ze er was, want als via de microfoon een uitleg werd gegeven over wat we zagen, wisten wij dat al lang.

We waren omstreeks half 6 terug in Joure. howel de auto onder een boom stond was het er bloedverziekend heet. gelukkig hebben we een perfecte airco, dus in no time at all was de temperatuur weer op een aangenaam niveau. Onderweg hebben we gegeten bij een wegrestaurant van Hajé. Op het menu stond dat het Fish and Chips waren, en daar leek het ook daadwerkelijk op. Voor alle zekerheid koos Ymkje daarna een kinderijsje, maar zelfs dat was nog overdadig genoeg. Mijn sorbet overigens ook. We hadden nog geluk, aan het tafeltje naast ons werd de koffie alvast geschonken zonder het hoofdgerecht te hebben geserveerd. En na deze stommiteit werd het alleen maar erger: het hoofdgerecht kwam helmaal niet.

Kort en goed, wij hebben vandaag een geweldige dag gehad, ondanks de tegenvaller op het Sneekermeer. Wat ons betreft “Oant Sjen”